Koninklijke collectie onderzocht op roofgoed: Caribisch gebied ook in beeld

· - leestijd 1 minuut
Objecten uit de Koninklijke Verzamelingen
Objecten uit de Koninklijke Verzamelingen Foto: Archief

DEN HAAG/WILLEMSTAD – Het herkomstonderzoek naar koloniale objecten in de Koninklijke Verzamelingen richt zich vooral op Indonesië, maar trekt ook nadrukkelijk bredere conclusies over Suriname en het Caribisch gebied. Hoewel in het rapport geen specifieke Caribische objecten als roofgoed worden aangemerkt, erkennen de onderzoekers dat ook koloniale schenkingen uit het Caribisch deel van het Koninkrijk niet los kunnen worden gezien van machtsongelijkheid en koloniale verhoudingen.


Het onafhankelijke onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau (SHVON), waarvan koningin Máxima voorzitter is. De stichting liet weten alle conclusies en aanbevelingen van de commissie over te nemen.

Indonesië

De meeste aandacht in het rapport gaat uit naar Indonesische objecten die tijdens militaire expedities in de negentiende eeuw in Nederlandse handen kwamen. Daarbij concludeert de commissie dat bij meerdere objecten ernstige twijfel bestaat over de vrijwilligheid waarmee zij werden verkregen.

Over objecten uit Suriname en het Caribisch gebied bevat het rapport minder concrete voorbeelden. Volgens de onderzoekers is het aantal onderzochte Caribische objecten relatief beperkt en ontbreekt vaak uitgebreide documentatie over de herkomst ervan.

Machtsverhoudingen

Toch waarschuwt de commissie dat ook koloniale geschenken uit andere delen van het Koninkrijk kritisch moeten worden bekeken. In het rapport staat dat schenkingen binnen koloniale verhoudingen vaak plaatsvonden in een context van politieke afhankelijkheid, militaire overheersing of sociale ongelijkheid. Daardoor kan volgens de onderzoekers niet automatisch worden aangenomen dat sprake was van volledig vrijwillige overdracht.

Juist dat bredere morele kader maakt het rapport ook relevant voor het Caribisch gebied. Waar de discussie in Indonesië vooral draait om oorlogsbuit en militaire expedities, ligt de gevoeligheid in Suriname en de voormalige Nederlandse Antillen meer bij de vraag hoe objecten werden verzameld binnen een koloniale samenleving die werd gevormd door slavernij, ongelijkheid en afhankelijkheidsrelaties.

Gesprekken

De commissie stelt daarom dat Nederland niet eenzijdig kan bepalen wat een “rechtvaardige” plaats is voor koloniale objecten. Volgens het rapport moeten gesprekken volgen met vertegenwoordigers van voormalige koloniën over de toekomst van omstreden stukken in de collectie.

Het Koninklijk Huis wil de onderzoeksgegevens openbaar maken om die gesprekken mogelijk te maken. Daarmee sluit het rapport aan bij een bredere maatschappelijke discussie over koloniale collecties, restitutie en historisch herstel binnen het Koninkrijk.


266 keer gelezen

Deel dit artikel: